Let op of de kandidaat duidelijke doelen heeft die passen bij de rol: ownership, financial control, procesverbetering, schaalbaarheid. Let op energie, richting en ambitie.
Red flag: vaag, geen duidelijke richting, of doelen die totaal niet passen bij een parttime freelance finance ownership rol.
Vraag door tot je een scherp beeld hebt. Niet stoppen bij 2–3 punten. Vraag naar voorbeelden.
Waar op letten:
- maandafsluiting
- balanscontrole
- cashflow control
- procesoptimalisatie
- automatisering
- samenwerken met accountant
- structuur aanbrengen
- ownership
Als er een grote mismatch zit tussen hun sterktes en jullie scorecard: afwijzen.
Vraag dit 3–4 keer op verschillende manieren.
Voorbeelden:
- Welke taken stel je het liefst zo lang mogelijk uit?
- Welke onderdelen van finance passen minder goed bij jou?
- Wat doe je liever niet meer in een volgende rol?
- In welke situaties zijn anderen vaak sterker dan jij?
Als je niet genoeg diepgang krijgt:
“Als we in een volgende stap referenties opvragen, wat denk je dat je vorige manager zal noemen als verbeterpunt of iets waar je minder sterk in bent?”
Let op:
- Geen nep-zwaktes zoals “ik werk te hard”
- Je wilt echte grenzen en zelfinzicht zien
Voor de laatste 3 relevante rollen deze vragen stellen.
Je probeert hier hun scorecard te achterhalen:
- wat was hun missie?
- hoe werd succes gemeten?
- wat waren hun KPI’s?
- waar waren ze echt verantwoordelijk voor?
Coach ze als nodig:
“Hoe werd jouw succes gemeten in die rol?”
“Waar werd je op afgerekend?”
“Wat moest er beter door jouw komst?”
A-players praten hier in outcomes en resultaten.
Voor finance zoek je bijvoorbeeld:
- snellere maandafsluiting
- betere forecast accuracy
- minder openstaande posten
- meer grip op cashflow
- betere SOP’s
- automatisering
- strakkere rapportagestructuur
Gebruik de 3 P’s:
- Hoe was dit ten opzichte van het jaar ervoor?
- Hoe was dit ten opzichte van plan / target?
- Hoe was dit ten opzichte van collega’s of vergelijkbare teams?
Laat kandidaten hier niet mee wegkomen.
Alternatieven:
- Wat ging er echt mis?
- Wat was je grootste fout?
- Wat zou je achteraf anders doen?
- Waar liep je op vast?
- Welk onderdeel van de rol kostte je de meeste energie?
- Waar waren anderen beter in dan jij?
Iedereen heeft low points. Blijf doorvragen tot je iets echts hoort.
Vraag specifiek:
- wie was je manager?
- hoe was het om met die persoon te werken?
- hoe zou die persoon jouw prestaties beoordelen?
- wat zou die persoon noemen als je grootste kracht?
- wat zou die persoon noemen als je grootste verbeterpunt?
Als relevant:
- met welke accountant / controller / business partner werkte je samen?
- hoe verliep die samenwerking?
Schrijf namen echt op. Dat geeft het signaal dat referenties serieus zijn.
Je wilt weten: werden ze door een betere kans, of doordat hun bijdrage minder sterk was?
Niet accepteren:
- “het was tijd voor iets nieuws”
- “we pasten niet meer bij elkaar”
- “het was mutual”
Vraag door:
- waarom precies?
- wat was de aanleiding?
- hoe keek je manager hiernaar?
- als je had mogen blijven in exact dezelfde omstandigheden, was je dan gebleven?
Zelfde vragen als hierboven.
- Werk je op freelance basis of in loondienst?
- Hoeveel uur ben je beschikbaar?
- Per wanneer kun je starten?
- Ben je overdag beschikbaar voor afstemming, of alleen in de avonden / weekenden?
- Wat is je gewenste uurtarief?
- Werk je momenteel naast een andere vaste rol?
Deze zou ik sowieso meenemen in het gesprek.
“Kun je me stap voor stap meenemen in hoe jij een maandafsluiting organiseert?”
Waar op letten:
- planning
- verantwoordelijkheden
- controles
- balansreconciliatie
- reviewmomenten
- reporting
“Wat is jouw ervaring met automatische incasso, en wanneer werkt het volgens jou wel of juist niet goed?”
Waar op letten:
- snapt proces van machtiging tot stornering
- begrijpt controle en opvolging
- ziet relatie met cashflow en debiteuren
“Hoe pak jij het aan als finance-processen niet goed gedocumenteerd zijn?”
Waar op letten:
- structuur
- prioritering
- eigenaarschap
- werkbare SOP’s, niet alleen documentatie om documentatie
“Welke finance-processen zou jij als eerste automatiseren in een snelgroeiende organisatie?”
Waar op letten:
- factuurverwerking
- bankkoppelingen
- incasso
- rapportage
- afletteren
- forecasting
- niet alleen toolnamen, maar logica
“Hoe zorg jij dat een externe accountant efficiënt kan werken?”
Waar op letten:
- snapt verschil tussen internal financial control en external accounting
- zorgt voor juiste aanlevering
- geen chaos
- geen afhankelijkheid
Je wilt ontdekken hoe zwaar hun eerdere rol echt was.
Voor finance gaat het om:
- maandafsluiting
- P&L
- balans
- cashflow
- forecast
- debiteuren
- rapportage
- control
- procesverbetering
A-players praten over:
- concrete resultaten
- deadlines gehaald
- controle verbeterd
- tijd bespaard
- fouten verminderd
- rust gecreëerd
B- en C-players praten over:
- leuke collega’s
- projecten zonder meetbaar resultaat
- “ik was betrokken bij”
Je wilt echte fouten, geen cosmetische antwoorden.
Voor finance:
- closing te laat
- fouten in rapportages
- onduidelijke verantwoordelijkheden
- gebrek aan controle
- processen die stukliepen
Belangrijk: hoe reflecteren ze daarop?
A-players worden vaak weggetrokken naar een betere kans.
B/C-players worden vaker uit hun rol gedrukt of verliezen draagvlak.
Je móet onderbreken als iemand te lang praat zonder relevantie.
Check of iemand:
- naar iets beters is gegaan
- of uit een rol is geduwd
Bij elk genoemd resultaat:
- versus vorig jaar?
- versus target?
- versus peers?
Blijf doorvragen met:
- Wat bedoel je precies?
- Hoe heb je dat aangepakt?
- Vertel eens meer over dat proces
- Hoe wist je dat het werkte?
- Geen duidelijke ervaring met zelfstandige maandafsluiting
- Zegt vaak: “dat deed de accountant”
- Geen concreet voorbeeld van procesverbetering
- Geen eigenaarschap
- Alleen uitvoerende / administratieve
Waardes
“Vertel over een moment waarop de financiële structuur of maandafsluiting niet op orde was. Wat deed jij en wie was verantwoordelijk?”
Neemt verantwoordelijkheid. Geen externe excuses. Beschrijft concrete acties om grip terug te krijgen.
“Stel: de maandafsluiting loopt structureel uit en de forecast klopt niet. De CEO vraagt wat er misgaat. Wat zeg je?”
Geen blame shifting. Direct analyse + actieplan.
“Hoe zorg jij voor structuur in je werkweek zodat finance niet alleen reactief is, maar ook voorspelbaar en op tijd?”
Werkt met vaste ritmes, checklists, closing routines, dashboards.
“Welke finance skill of proces heb jij de afgelopen 6–12 maanden bewust verbeterd en hoe heb je dat toegepast?”
Concrete leercurve. Noemt echte verbeteringen, niet algemeenheden.
“Een klant betaalt op tijd, maar de operationele afhandeling kost intern veel te veel tijd en foutcorrecties. Hoe kijk jij daar naar?”
Begrijpt dat efficiency en winst samenhangen. Kijkt verder dan alleen ‘factuur betaald’.
“Hoe ga je om met founders of management die snel schakelen en niet altijd finance-first denken?”
Rustig, duidelijk, standvastig, adviserend zonder ego.